'Wie is die andere?'

Column over Willy Brokamp door Marcelle van Hoof

December 1978. Het zijn verwarrende tijden voor mij. Ik ben alweer ruim een jaar wees, en dat voelt erg eenzaam. Steun krijg ik van het lezen van boeken (Alan Silitoes The Loneliness Of The Long-Distance Runner) en vooral muziek. Het zijn gouden tijden voor avontuurlijke muziek. De punkgolf heeft een hele nieuwe generatie voortgebracht, die de de gruwel van de techniek (Dire Straits!), de bombast (Queen!), oppervlakkig gedreutel (Abba!) en symfonische rock (Genesis!) aan de kant heeft geschoven. The Fall, The Mekons, Gang Of Four, The Slits, de ene na de andere spannende plaat verschijnt. Vaak in eigen beheer en/of op kleine platenlabels. Starre regels bestaan niet meer. Alles lijkt mogelijk. Op de voetbalvelden echter is het afgelopen jaar heel wat avontuur verdwenen. Johan Cruijff onlangs, maar voor mij, als Maastrichtse, mis ik vooral Willy Brokamp heel erg. Omdat hij een voetballer was die er openlijk voor uitkwam dat hij maling aan nogal wat ongeschreven voetbalwetten had. En die mij leerde dat jezelf blijven, ook als dat moeilijk is, uiteindelijk veruit te prefereren valt.

Willy Brokamp was de Johan Cruijff van MVV. Tussen 1964 en 1974 en in 1976 en 1977 was Brokamp de onbetwistbare vedette in Maastricht. De Blonde Pijl was een snelle, technisch hoogwaardige aanvaller om wie alles draaide. Maar net als Cruijff kreeg hij ook veel gezeur over zich heen. Ooit trapte Brokamp in De Geusselt vanaf het veld (toen nog omringd door een sintelbaan) de bal richting hoofdtribune, precies in de handen van een op hem kankerende toeschouwer. Als die zoveel kritiek had, moest hij zelf maar gaan voetballen, luidde de boodschap van 'de Witte'. Om zo je onvrede te kunnen tonen was niet alleen lef, maar héél veel techniek nodig. In een wedstrijd tegen Volendam, die hij hoogstpersoonlijk op een 3-0 achterstand had gedribbeld, trok Brokamp na rust het shirt over zijn hoofd. Hij kon het geklungel van zijn medespelers, die Volendam tot 3-2 lieten terugkomen, niet langer aanzien. Tegen FC Groningen ging hij uit protest op de middenstip zitten. En als Willy Brokamp op stap was geweest en te laat op zondagochtend op het station verscheen (MVV reisde nog met de trein naar uitwedstrijden), hield de conducteur de intercity naar het westen nog even vast.
Diezelfde Willy Brokamp ging in 1974 (te laat) bij de club spelen, die hem al als tiener had willen hebben: Ajax. Destijds had Brokamp het aanbod afgeslagen: hij vond Maastricht een 'gezelliger' stad dan Amsterdam. Maar nu kon hij niet meer weigeren. MVV had, op Jo Bonfrère na, geen speler meer die speltechnisch ook maar in zijn buurt kwam, en trainer George Knobel, die hem altijd had beschermd, was al een jaar weg.

Willy Brokamp had een flitsend debuut bij Ajax, in een uitwedstrijd tegen NAC. Maar hij had de pech dat de spelersgroep van Ajax verzadigd en in een hevige machtsstrijd verwikkeld was. Buiten het veld liet Brokamp zich niets gebeuren. Ajax had een woning voor hem gehuurd in de buurt van De Meer, maar hij huurde al snel een appartement bij het Leidseplein. Was toch wat gezelliger; er is immers méér dan voetbal. Ajax postte een tijdje lang iemand bij Brokamps huis in de Watergraafsmeer om te controleren of Brokamp niet laat náár de stad ging, maar Willy woonde allang in de stad.

In zijn tweede seizoen bij Ajax werd Rinus Michels er trainer. Brokamp had het niet zo op autoritaire types. Hij wilde 'vrij' zijn (vandaar ook het rugnummer 12 dat hij bij MVV droeg, het nummer dat buiten het elftal valt). Ondanks zijn enorme technische kwaliteiten, zette Michels Brokamp steeds vaker buiten het elftal. Hij was te lui, was het oordeel, maar Brokamp liep nou eenmaal niet op onmogelijke ballen. Dat getuigt niet van luiheid, maar van een fantastisch spelinzicht, vindt Brokamp. Ooit vertelde Rinus Michels ten overstaan van de hele spelersgroep dat er altijd twee zijn die het verpesten. Brokamp informeerde doodleuk naar de naam van die ándere speler.
In 1976 keerde Brokamp terug naar MVV, dat net (voor het eerst) gedegradeerd was. Hij speelde, als hij er zin in had, de sterren van de hemel. Willy Brokamp liet zich nog een jaar schoppen door tegenstanders van een bedenkelijk niveau en stopte eind 1977.

Er is één troost: Willy Brokamp is niet van de aardbodem verdwenen. In zijn café Pays Bas aan het Vrijthof, ooit door MVV voor hem gekocht zodat hij niet naar Feyenoord vertrok, is hij dagelijks te bewonderen. Met carnaval staat hij te glunderen en te ouwehoeren met zijn klanten. Als het maar niet over voetbal gaat. Als het per se moet, dan maar in komische zin. Rinus Michels, wat een serieuze man was dat! Maar misschien was het niet zo slim om één keer de ochtend (nacht) na een bruiloftsfeest rechtstreeks in galakostuum op de training te verschijnen, vindt achteraf zelfs Brokamp. Om vervolgens een door mij meegebrachte bal, met het verzoek om éénmalig voor zijn grootste fan, een rentree te maken (,,de bal precies in de handen van de barkeeper, Willy!'') groots te negeren. Waarschijnlijk te slecht aangespeeld.

<<< Terug naar Startpagina <<< Terug naar Startpagina Columns