'Een held valt van zijn voetstuk'

Joop Pelser, Ajacied in de oorlogsjaren

De geschiedenis van Ajax telt vele heuglijke momenten, maar ook vergeten en soms ook verzwegen hoofdstukken. Deze maand een portret over Joop Pelser. Hoe Joop Pelser Ajax na de degradatie uit de Eerste Klasse in 1914 nieuw leven wist in te blazen en hij later door een verkeerde keuze zijn krediet verspeelde.

"Wat zich na de degradatie in Ajax afspeelde was méér dan een storm. Het was een orkaan en een aardbeving tegelijk. Felle bewogen vergaderingen, uittreden van leden en masse, toonde dat het snel gegroeide Ajax de binding miste om dat, wat in voorspoed bijeengebracht was, in tijden van tegenspoed te behouden. Maar er was een kleine groep van onwankelbaren, die dwars tegen alle storm, tegenspoed en gehoon van de weglopers, niet opgaven en daarvoor mogen niet alleen wij, maar heel voetbal Nederland hen dankbaar zijn."

De Ajax-selectie op toernee in Keulen in het seizoen 1911/1912

"Drie - zegge en schrijve drie - spelers van het geregelde elftal bleven ons trouw: Ziegeler, J. Pelser en Theo Brokmann. (...) Buitenstaanders bleven het hoofd schudden over aI die pogingen om Ajax tot nieuw leven te brengen."

(Uit het jubileumboek "Ajax 1900 - 1950".)

Het is juni 1914 en het is crisis. Ajax degradeert uit de Eerste Klasse, bijna alle spelers keren de club de rug toe. En na drie avonden ruziën met de algemene ledenraad stappen een week later, behoudens voorzitter Egeman, ook alle bestuursleden op. Alles wijst er op dat Ajax, veertien jaar na de oprichting, het loodje zal leggen. Joop Pelser is één van de drie spelers die Ajax ook in de donkerste dagen trouw blijven. Hij zet de traditie voort dat in Ajax 1 een Pelser speelt, als het er al geen twee of zelfs drie zijn. Vier broers en later ook nog eens één zoon halen het eerste elftal. Ja, de Pelsers zijn een unieke Ajax-familie.

Tot halverwege de jaren veertig zijn ze in alle geledingen van de club te vinden. Joop Pelser is enkele jaren zelfs bestuurslid en aanvoerder van het eerste voetbalelftal tegelijk. Hij wordt landskampioen honkbal met Ajax, speelt cricket bij de club en traint tot in zijn laatste Ajax-jaren de jeugd. En die zoon, die van eind 1939 tot begin 1944 in Ajax 1 speelde, Harry Pelser, die is van Joop natuurlijk.

In 1911 werd de Meuwsenbeker geintroduceerd. Ajax verloor van GVC, Antwerp won het toernooi.

Toch is Joop Pelser geen monument van de club. Hij kan ook niet als een icoon van de club naar voren worden geschoven. Na bijna veertig jaar van trouw, van grote successen en van grote verdiensten wordt Joop Pelser afgevoerd. En niet alleen door Ajax. De ooit zo hechte band tussen Ajax en de Pelsers vindt zijn oorsprong in 1908. Ajax, even onbetekenend als ambiteus, slokt de Derde Klasser Holland op om de sprong naar de Eerste Klasse te maken. Jan en Adriaan Pelser komen met de boedel mee. "Lange Jan", een povere doelman, houdt het twee seizoenen vol in het eerste elftal en maakt zich daarna dertien jaar verdienstelijk als bestuurslid. Adriaan, rechtshalf en vrijetrappen- en strafschoppenspecialist, speelt vijf jaar in Ajax 1. Hij wordt beschouwd als de belangrijkste speler van het elftal dat Ajax in 1911 het eerste succes bezorgt: de promotie naar de hoogste afdeling.

In 1912 komen de volgende twee broers PeIser in het eerste elftal: Joop en Fons. En als in 1914 het eerste dieptepunt uit Ajax' geschiedenìs zich aandient, laat Adriaan zich overhalen zijn voetbalschoenen weer aan te trekken. Zo zijn alle Pelsers, Jan als bestuurlid, ook betrokken bij Ajax' enige degradatie. Voor Joop Pelser is 1914 ook privé een rampjaar, het eerste van vele. De Eerste Wereldoorlog breekt uit, hij moet onder de wapenen en raakt zijn baan als boekhouder kwijt. Na de mobilisatie kan hij geen werk meer vinden. Misschien is Joop Pelser wel de eerste voetballer die heeft geprobeerd aan de kost te komen met een sigarenzaak. Hij probeert het eerst alleen, dan met zijn broer Jan met een winkel in de Van Woustraat en vervolgens nog een keer alleen, in de Jan Pieter Heije-straat. Het loopt alle keren verkeerd af net als zijn volgende poging, in de verzekerings-branche.

Als hij later probeert te verklaren hoe het zo ver met hem heeft kunnen komen, schrijft Joop Pelser: "Wat ik ook probeerde om werk te vinden, door den slechten tijd kon niemand mij plaatsen. Zelfs bij de steun, waar ik vroeg om voor dat geld werk te krijgen, kon men mij nìet plaatsen, daar er menschen genoeg reeds werkzaam waren. Ten slotte kreeg ik bij de Distributie vijf gulden per dag wanneer ik werkte, daar er weken voorbijgingen dat er niets te doen was."

Fragment van Ajax - Blauw Wit uit het seizoen 1915/1916

Bij Ajax is Joop Pelser dan allang een held. Vanwege de oorlog en mallotige tegenwerking van de bond moet Ajax weliswaar drie keer kampioen van de Eerste Klasse worden eer het promoveert, maar op 27 mei 1917 begint de club onverwacht geschiedenis te schrijven. Die dag ontvangt aanvoerder Joop Pelser de eerste hoofdprijs uit de geschiedenis van Ajax, dat als Tweede Klasser de nationale beker wint. Ook in vriendschappelijke wedstrijden en toernooien veegt Ajax de vloer aan met kampioenen uit de Eerste Klasse. Ajax is zo sterk dat Go Ahead, de landskampioen, overal te horen krijgt dat het zich alleen echt kampioen kan voelen als het ook van Ajax kan winnen. Go Ahead daagt Ajax uit, Ajax wint. De druk op de bond wordt dan zo groot dat twee weken later wordt besloten Ajax bij keuze toe te laten tot de Eerste Klasse.

Ajax wordt meteen landskampioen. Op 9 juni 1918 neemt Joop Pelser Ajax' eerste titel in ontvangst. Een jaar later, Ajax verliest dan het hele seizoen geen wedstrijd, wordt ook de volgende hoofdprijs aan hem uitgereikt. Ajax is Ajax geworden, aan de hand van Joop Pelser, de kanthalf die de club niet in de steek wilde laten en letterlijk en figuurlijk de spil werd van De Gouden Ploeg. Oude boeken en heel oude mensen vertellen nog altijd dat het elftal van Joop Pelser het beste elftal is dat het Nederlandse voetbal tot de invoering van het betaald voetal heeft gekend.

"Ik geloof dat de opzet, organisatorisch en qua spelopbouw, van vele andere clubs minstens even degeIijk en in elk geval niet minder goed bedoeld is. Doch velen dezer clubs hebben het niet kunnen bolwerken en andere (...) ontbrak de geweldige stimulans, die Ajax in haar grote revolutie-tijd, kreeg door een even plotseling en ongeëvenaard succes van het herboren eerste elftal, de nooit overtroffen kampioensploeg uit de jaren 17-20, die onweerstaanbaar was en met haar overwinningenreeks de grote tijd inleidde (...). Die geweldige prestaties werden bij voortduring de drijfveer vam jong en oud om nieuwe successen te behalen of voor te bereiden, het eergevoel werd geprikkeld om de glorieuze naam eer aan te doen, om de mannen van de eerste glorie-elf geen schande aan te doen en de reputatie, door hen gevestigd, te handhaven."

(Uit het jubileumboek "Ajax 1900-1950".)

Als de elftalcommissie in februari 1924 Joop Pelser passeert, is hij zo ontdaan dat hij na 194 wedstrijden acuut stopt met voetballen. Hij blijft wel aan als bestuurslid. Broer Fons, de grootste rechtsback die de Ajax-school heeft voortgebracht, hij schopt het zelfs tot international, (Joop Pelser bracht het niet verder dan één reservebeurt), houdt het twee seizoenen langer vol. Fons, "grootleverancier van de schaterlach" en "ongeëvenaard vertolker van Hitte petit", is ook de meest getapte Pelser. Hoewel hij de enige van de vier broers is die Ajax na de degradatie, voor één seizoen, verlaat en ook de enige die na het voetballen geen functie meer bij Ajax vervult, wordt Fons Pelser in 1938 benoemd tot lid van verdienste. Joop, introverter, serieuzer, wordt zelfs erelid. Sinds 1945 is zijn naam niet meer terug te vinden op de lijst met Ajax' ereleden. Na de jongensboekenheroïek van zijn clubliefde volgt het verhaal van de ontrouw dìe verraad wordt genoemd. Het erelid wordt geroyeerd door de zuiveringscommissie van Ajax; de enige dienst die de club Joop Pelser nog kan bewijzen, is hem verzwijgen.

In 1917 tonen de Ajacieden allemaal het eerste exemplaar van ons clubblad, Ajax Nieuws

Buiten Ajax is het leven van Joop Pelser een bittere aaneenschakeling van ellende en teleurstellingen. Hij heeft voor een gezin te zorgen, een vrouw en drie zonen. En Maria Pelser is geen gemakkelijke vrouw. Altijd ligt zij overhoop met de familie van haar man, overal bemoeit ze zich mee, ook over zaken waar ze niets mee te heeft, geeft ze haar mening. Eind jaren dertig denkt zij de oplossing voor alle problemen gevonden te hebben. Maria Pelser sluit zich aan bij de Nationaal-Socialistische Beweeging. Het duurt nog een of twee jaar, maar in 1939 wordt ook Joop Pelser lid van de NSB. Harry, hun oudste zoon, volgt. Jan, hun tweede, hij is achttien als de oorlog uitbreekt, treedt in dienst van de Waffen-SS. Het gaat de Pelsers al snel beter. Joop Pelser hoeft na de bezetting maar te solliciteren en hij heeft een baan. Eerst bij een kledingmagazijn van het Duitse leger, nìet lang daarna bij Lippmann, Rosenthal en Co. Het bedrijf, al snel berucht onder de afkorting LiRo, stuurt hem naar de woningen van gedeporteerde joden, om de waarde van hun bezittingen te bepalen. De lijst levert hij in bij het hoofd van de "Hauserat-Erfassung". Ook zijn oudste zoon gaat voor bij Lippmann, Rosenthal en Co. werken. Het gezin gaat op stand wonen, in de Hectorstraat. Ze hangen posters van de NSB voor hun ramen en Maria Pelser meldt de buren de ene keer trots dat haar man joden bewaakt in de Duitse politiepost in de Hollandsche Schouwburg en dreigt de andere keer ervoor te zorgen dat buren met wie ze overhoop ligt - ze willen de voetbal van haar zoontje niet teruggeven - opgepakt zullen worden. De Pelsers zijn niet geliefd in hun nieuwe buurt.

Binnen een jaar raakt Joop Pelser ook zijn baan bij LiRo kwijt. Hij is er getuige van geweest dat een Duitse onderofficier een joodse vrouw heeft aangerand, en heeft daar geen melding van gemaakt. Twee maanden wordt hij gevangen gezet. Daarna vindt hij emplooi bij de administratie van de Dienst Publieke Werken. Zijn collega's vertrouwen hem niet: zij weten dat Pelser's naam (net als die van alle werknemers van LiRo) in het signalementen-blad voorkomt als Gestapo-agent. Verder hebben ze niets over hem te klagen. Joop Pelser staat te boek als een rustige man, een harde werker. Hij wordt door vrijwel iedereen sympathiek gevonden, ook door mensen die van zijn NSB-lidmaatschap weten. Nu nog typeren Ajacieden die hem hebben gekend, Joop Pelser als een mens van goede wil, meer slachtoffer dan iets anders. Hetzelfde geldt voor zijn zoon Harry, de vijfde en laatste Pelser die in het eerste elftal van Ajax heeft gevoetbald. "Brood-NSB-ertjes" worden ze genoemd: ze waren geen verraders, ze deden niemand kwaad.

Over Maria en zoon Jan wordt harder geoordeeld. Zij zijn fanatiek pro-Duits, vals en gevaarlijk. Jan paradeert, ook bij Ajax, rond in zijn SS-uniform. Joop en Maria Pelser zijn niet gelukkig met de keuze van hun fanatiekste zoon. Als Jan Pelser zijn ouders vertelt dat hij naar het Oostfront wil, proberen ze alles om hem thuis te houden, ze smeken en ze schreeuwen, maar niets helpt. Jan Pelser gaat naar het Oostfront. Al na een paar maanden dienst krijgt hij spijt van zijn keuze. Joop en Maria Pelser ondernemen verschillende pogingen hem uit dienst te krijgen. Het enige antwoord dat ze van de SS krijgen, luidt dat ze de opvoeding van hun zoon niet moeten verstoren. Jan deserteert in 1943. Terug in Amsterdam wordt hem tijdens een tramrit in de Willemsparkweg door een Feldgendarmerie naar zijn verlofpas gevraagd. Hij schiet de Duitser dood, rent de tram uit en vlucht verder op een flets die hem door een vrouw wordt aangeboden.

Het oude Ajax-stadion tijdens Ajax - Sparta, seizoen 1917/1918

Jan Pelser en zijn ouders duiken onder, maar worden al binnen twee weken opgespoord en gevangen gezet. Vader en moeder Pelser komen na enkele dagen weer vrij. Het is dan mei 1943. Joop Pelser zegt meteen zijn Iidmaatschap van de NSB op en vernietigt alle bewijzen die hij in huis heeft. Later, maar dan is het al veel te laat, zweert hij de NSB ook nog ten overstaan van een pater af. Vlak voor de bevrijding wordt Joop Pelser door zijn chef geadviseerd bijzonder verlof op te nemen. Opnieuw duikt hij onder. Op 12 mei 1945 ontvangt de opsporingsdienst een anoniem briefje met zijn onderduikadres. Ze nemen niet eens de moeite hem daar te halen. Ze sturen hem een brief met het verzoek zijn spaargeld op te komen nemen. Hij trapt erin. Ook zijn vrouw en zijn twee oudste zonen worden na de oorlog vastgezet op verdenking van collaboratie.

Uit de getuigenverklaringen in de rechtszaak tegen Joop Pelser komt het beeld naar voren van een a-politiek man die zich ten einde raad bij de NSB heeft aangesloten. Hij heeft een joodse vriend van één van zijn zonen gewaarschuwd voor een razzia en hem vier maanden in zijn huis laten onderduiken. De Politieke Opsporings Dienst ontvangt zelfs een brief van een lid van de Binnenlandse Strijdkrachten, dat meldt dat Joop Pelser, een man die niet eens geld had om zijn ernstig zieke zoon te bezoeken in een ziekenhuis in Haarlem, uit noodzaak is toegetreden tot de NSB. ln zijn dossier van de POD staat niettemin: "Reputatie: zeer slecht." Hem wordt vooral kwalijk genomen dat hij heeft bijgedragen aan het plunderen van de huizen van gedeporteerde joden en dat hij veertien dagen bewaker is geweest van joden die waren opgesloten in de Hollandsche Schouwburg, "die, zooals van algemeene bekendheid is, voor de daarin door den vijand samengebrachte Joodsche Nederlanders het voorportaal van den dood was." Pelser ontkent tegenover het Tribunaal stellig dat hij als bewaker heeft gefungeerd. Hij geeft toe foute keuzes te hebben gemaakt, maar hij zag financieel geen andere uitweg. "Ik bezit niets, behalve een bedrag van fl 54, dat bij mijn arrestatie in beslag is genomen. Ik verzoek u om clementie. Ik heb fouten gemaakt, maar deed alles in het belang van mijn gezin." Op 13 maart 1947 wordt Joop Pelser (1892-1974) veroordeeld tot drie jaar en drie maanden gevangenisstraf.

In 1945 laat het bestuur van Ajax weten dat behalve erelid Joop Pelser ook zijn zoon Harry Pelser als lid is geroyeerd wegens "on-Nederlandsch gedrag" tijdens de oorlog. Twee jaar later meldt het bestuur opnieuw dat Joop Pelser is geroyeerd. Over Harry Pelser, die in de tussenliggende periode ontbrak in de selectie, wordt echter gemeld dat hij inmiddels zelf bedankt heeft. Harry Pelser zegde zijn lidmaatschap enkele maanden voor die laatste bekendmaking op. Ajax heeft Harry Pelser vrijuit laten gaan. Het was bij de club bekend dat hij lid was van de NSB. Harry Pelser is na de oorlog veertien maanden geïnterneerd geweest wegens collaboratie. Hij zegt dat door de zuiveringscommissie geen enkel probleem van zijn NSB-lidmaatschap is gemaakt en dat hij binnen een paar minuten weer buiten stond. "We zien je op de volgende training", zouden de Iaatste woorden zijn geweest die hij tijdens de behandeling door de tuchtcommissie te horen kreeg. Dat hij toch bij Ajax vertrok, komt volgens Pelser en Ajax doordat hij bezoldigd trainer werd van een andere club. In die tijd mocht iemand die geld aan het voetbal verdiende, geen lid zijn van Ajax.

<<< Terug naar Startpagina