‘Willy Brokamp was min of meer de Piet Keizer van Maastricht’

Column door Evert Vermeer

Willy Brokamp? Willy Brokamp naar Ajax? Tja, het stond er toch echt, in de kranten. Het was de zomer van 1974, en Ajax was flink bezig de selectie op te schonen. Hans Kraaij was de nieuwe man op de stoel van de voortijdig vertrokken George Knobel, en rammelde met verve met de buidel geld die het Ajax-bestuur hem ter beschikking had gesteld voor nieuwe aankopen: Ruud Geels was uit België teruggelokt ter verhoging van de productie, Piet Schrijvers was na het voor Nederland zo succesvolle WK vastgelegd om, naar viel te vrezen, de weinig stijlvolle maar doorgaans zeer degelijke Heinz Stuy in het doel te vervangen, de jonge en oer-Haagse verdediger Johnny Dusbaba was uit de hofstad weggetroond om vijandelijke aanvallers met snode plannen bij de enkels af te zagen. Het klonk allemaal zeer aannemelijk om Ajax de glans terug te geven die het in het afgelopen seizoen, na drie jaar lang Europa te hebben geregeerd, was kwijtgeraakt. Maar Willy Brokamp? Menig Ajacied moet zich achter de oren hebben gekrabd. O, voetballen kon-ie wel, die Brokamp, dat was het punt niet. Dat hadden we op Studio Sport afdoende kunnen constateren, jarenlang zelfs, want Willy was van de generatie-Cruijff en er al even jong bij: op zijn achttiende was hij bij MVV gedebuteerd en had zich sindsdien in het Maastrichtse ongemeen populair gemaakt. Niet alleen met geniale acties, maar ook met een balsturige trek in zijn karakter die hem een reputatie hadden bezorgd als een jongen met een gebruiksaanwijzing. Hij was min of meer de Piet Keizer van Maastricht. Eigenlijk van heel Zuid-Limburg, want weliswaar vindt een rechtgeaarde Maastrichtenaar zichzelf absoluut geen Limburger (en is-ie dat historisch gezien ook niet), maar Willy kwam van Chèvremont en dat ligt een tochtje fietsen van Maastricht vandaan. Het plaatsje geniet ook enige bekendheid bij railenthousiasten vanwege het ‘miljoenenlijntje’ dat zowel het duurste als het mooiste stukje spoorweg van Nederland was. Maar dit terzijde. Dat Willy dus qua voetbal een mooie stek bij Ajax had gevonden, stond totaal niet ter discussie. Hij had zelfs Oranje gehaald, want in die tijd een hele prestatie was voor iemand die niet bij Feyenoord of Ajax speelde. Hij had een nuttige rol gespeeld bij de kwalificatie voor het WK, al was hij daarvoor zelf in de allerlaatste schifting afgevallen, samen met Jan Mulder. In ieder geval had hij al een keer of wat samengespeeld met een aantal van zijn toekomstige collega’s.

En toch, de twijfels wilden maar niet weg: punt één: hij kwam van beneden de grote rivieren, en dan was het altijd maar de vraag of hij daarboven net zo goed zou presteren als in zijn eigen biotoop. Punt twee: Ajax had Piet Keizer al, eveneens een gereputeerde dwarskont als hij in de juiste stemming was, dus dat kon een gezellige boel worden met een strakke meester als Hans Kraaij aan het hoofd. En punt drie: Brokamp stond niet alleen bekend als oogstrelend voetballer, maar ook als levensgenieter. Terecht of niet, maar hem kleefde het beeld aan van iemand die graag een pint hief op het Vrijthof. En Amsterdam had nog veel meer kroegen dan Maastricht.

Uiteindelijk viel het allemaal wel mee. Toegegeven, het zou Willy niet lukken Ajax uit de neerwaartse spiraal te krijgen, maar dat kon hem nauwelijks worden verweten. Hij liet voldoende fraaie acties zien om zich toch in een zekere populariteit bij de Ajacieden te mogen verheugen. Weliswaar werd hij nooit een jongen van ‘eigen’ bodem in De Meer, maar er werd toch met respect en een zekere genegenheid gesproken over ‘de Kerstman’, een bijnaam die hij te danken had aan de witte baard waarmee hij zich had getooid en die zijn gezicht een wat stuurse aanblik gaven.

En waar Piet Keizer al spoedig inderdaad botste met Kraaij - zozeer zelfs dat het Amsterdamse idool, het symbool van de vrijdenkersgeest van de jaren zestig, midden in het seizoen een punt achter zijn carrière zette - bleef het rond Willy verhoudingsgewijs rustig. Was er dan helemaal geen onrust rond ‘de Kerstman’? Jawel, maar dat werd in die tijd nog binnenskamers gehouden: Ajax had bij zijn overkomst een flatje voor Brokamp geregeld in Diemen. Na een tijdje begon het op te vallen dat Brokamp daar nooit was, en ook de buren hem maar zeer zelden had gesignaleerd. Wat was het geval? Brokamp had op eigen houtje een woning gehuurd in de buurt van het Leidseplein. Daar leek het wat meer op het Vrijthof, en voelde de aanvaller zich thuis. Misschien verklaart dat waarom Brokamp zich goed aanpaste bij Ajax.

<<< Terug naar startpagina <<< Terug naar Columns