Portret van de Maand / April 1980

‘Wereldvedetten storten in één jaar tijd als plumpuddingen in elkaar'
Het verval van het roemruchte Ajax in seizoen 1973/1974

‘Aá-jax-is-een-vrou-wen-club,' scandeerde het Doetinchemse publiek treiterend. Andere melodieen die die zonnige Paasmaandag in 1974 opklonken in stadion De Vijverberg stonden bol van de toespelingen op drank. Hoon en leedvermaak waren Ajax' deel na de 1-0 nederlaag bij De Graafschap, waarmee het laatste sprankje hoop op de titel vervlogen was. ‘Vanaf vandaag zullen we ons op volgend seizoen moeten richten,' zei Bobby Haarms na afloop van zijn eerste wedstrijd als hoofdtrainer van Ajax. Enkele dagen eerder, op Goede Vrijdag, was George Knobel na de middagtraining naar de bestuurskamer geroepen. Knobel wist wat hem boven het hoofd hing. ‘Ajax gaat stuk aan drank en vrouwen,' had een juist verschenen sensatieblad geschreeuwd vanaf de voorpagina, en dat zou de mening van de Ajax-trainer zijn. Die had dat zo niet gezegd en zo niet bedoeld, maar het bestuur vond dat de naam van Ajax in diskrediet was gebracht en ontsloeg Knobel op staande voet. Hulptrainer Haarms werd gevraagd de honneurs waar te nemen. Die deed dat, noodgedwongen, maar blij was hij niet met de hem opgedrongen hoofdrol.

Jaap van Praag met op de achtergrond het Gouden Ajax van beginjaren '70

Stefan Kovacs omhelst zijn opvolger George Knobel

‘Het is een ondankbare taak. Sta je zes punten voor, dan gebeurt het niet dat de hoofdtrainer eruit vliegt. De uitspraak in dat blaadje was waarschijnlijk niet de enige reden van het ontslag. Knobel zelf heeft altijd gezegd, dat het bestuur een stok zocht om de hond te slaan. Misschien is dat zo, want het ging niet best.' Als het George Knobel erom te doen was de oorzaken van de terugval van de drievoudige Europa-Cuphouder aan de kaak te stellen, zal hij daar zijn redenen voor gehad hebben. De keuze van het medium was echter een ongelukkige. Deze Week was een zieltogend roddelblad, dat zat te springen om een oplageverhogende scoop en maar al te zeer bereid was het Ajax-bestuur de gezochte stok op een presenteerblaadje aan te bieden. Nadat eerst Knobel zelf er hardhandig mee in aanraking was gekomen, reikte diezelfde stok enkele dagen later tot in Doetinchem om daar nog eens neer te komen op de rug van de Ajax-ploeg. Hoeveel waarheid schuilde er in de wil de verhalen over de losbandigheid der Ajacieden die de ronde deden? Geen enkele, volgens Wim Suurbier: ‘We speelden zonder drank, maar ook zonder Cruijff.' Een door haar eenvoud aantrekkelijke verklaring voor de tegenvallende prestaties in het seizoen 1973/1974. Dat was nog niet goed en wel begonnen of de nieuwe Ajax-trainer was zijn sterspeler al kwijt. Na twee competitiewedstrijden was Jopie gevlogen, zijn club in verwarring en verdeeldheid achterlatend. Cruijffs vertrek was een onoverkomelijke aderlating voor Ajax, vond de één; integendeel, de achtergebleven spelers zouden juist gestimuleerd worden om te bewijzen dat zij het alleen ook wel afkonden, opperde een ander. Trainer Knobel vergeleek Cruijffs vertrek met het verlies van ‘De Nachtwacht' voor Nederland.

Twee maanden later moest de Brabander op voor zijn Europa Cup-debuut. Tegenstander was CSKA Sofia, dezelfde ploeg die door Ajax een jaar eerder op weg naar de derde Europa Cup nog achteloos met 3-0 en 3-1 opzij was geschoven. George Knobel liet niets aan het toeval over. ‘Ik weet voor mezelf dat ik niets fout heb gedaan als de wedstrijd begint,' zei hij aan de vooravond van het duel. ‘Daarna zit ik drie kwartier machteloos op de bank. Tot de rust, net als zaterdag tegen PSV en net als altijd.' Zijn assistent had die zaterdag van Ajax – PSV (1-1) in Bulgarije gezeten om de tegenstander te bespioneren. ‘Die onderneming had nogal wat voeten in de aarde. Twee weken eerder had ik zal zullen gaan, maar kon ik vanwege de mist niet op tijd in Sofia zijn. De week erop werd er in Bulgarije vanwege een interland niet gevoetbald, dus ging ik die laatste zaterdag. Eerst naar Sofia, waar ik aan een belachelijke controle onderworpen werd, toen verder op een binnenlandse vlucht in een propellervliegtuigje, waarmee ook het elftal van CSKA reisde. We landden op een grasveldje. Ik zat in hetzelfde sombere hotel als de spelers. De volgende dag zou ik weer mee terugvliegen, maar toen bleek dat vliegtuig vol te zitten. Kon ik met de president van de club in zijn auto mee terugrijden.' Ajax-spion Bobby Haarms had de tegenstander in een zeer matige wedstrijd met 1-1 zien gelijkspelen en kwam terug met een opbeurende tijding. ‘Een nulletje of drie zit er thuis wel in,' liet hij weten, en als de kopbal van Piet Keizer niet door de lat gekeerd was en Rep uit een wat haastig genomen strafschop niet de paal maar het net geraakt had, was het inderdaad 3-0 geworden en had de geschiedenis zich herhaald. Maar as is verbrande turf en het bleef bij een magere 1-0 overwinning.

Het laatste duel van Johan Cruijff bij Ajax / Ajax - FC Amsterdam 6-1 in seizoen 1973/1974

Johan Neeskens en Johan Cruijff: Rinus Michels achterna naar Barcelona

Twee weken later beleefde Piet Keizer in Sofia een dramatisch moment toen hij op het middenveld over de bal struikelde, waardoor de Bulgaarse legerploeg 1-0 kan scoren. In de verlenging zag de scheidsrechter een handsbal over het hoofd, waarna invaller Micha ilov 2-0 kon scoren. Ajax protesteerde nauwelijks. Ajax is uitgeajaxt, zonder Cruijff / zit er geen klote meer in ons geschuif, dichtte Nico Scheepmaker. Hij was niet de enige die ervan overtuigd was dat Ajax verloren had omdat het Cruijff niet meer had. Het was of na de jaren van onoverwinnelijkheid een volkomen nieuwe voetbalrealiteit haar intrede in De Meer had gedaan. In de competitie scoorde Ajax er overigens lustig op los: 5-1, 4-0, 7-2 en 3-0 waren vertrouwde uitslagen. Ajax werd herfstkampioen, verpletterde in januari Groningen met 9-0, verloor toen uit van zowel AC Milan als FC Amsterdam met 1-0 maar maakte met de 6-0 thuisoverwinning op Milan, waarmee de Europese Supercup gewonnen werd, toch weer een ouderwetse indruk. Maar er waren te veel blessures, te veel problemen en probleempjes, te veel geruchten en akkefietjes. En vooral: er was te weinig zelfvertrouwen. Keeper Heinz Stuy zei er wat van. ‘Spelers die door Michels van modale voetballers tot wereldvedetten waren opgeleid, stortten in één jaar tijd als plumpuddingen in elkaar. Ik zag wat er misging, ik zag dat spelers blessures voorwendden om maar niet te hoeven trainen. Op maandagavond werd er uitgebreid gestapt, daar is niets verkeerds aan. Misschien dat er een paar later in de week ook wel eens op stap gingen, maar dat waren uitzonderingen, die heb je overal. Maar het is natuurlijk wel te veroordelen dat iemand die gaat stappen en zich later realiseert dat hij de volgende dag ook nog moet trainen, met opzet een beetje vreemd van een stoepje afstapt, waardoor hij een kleine blessure oploopt en vervolgens niet kan trainen. Dat soort dingen is Knobel ontgaan. Knobel ging ervan uit dat topvoetballers voldoende zelfdiscipline hebben. Vergeet het maar, elke full-prof is van nature lui, ook bij Ajax. Knobel gaf de spelers de vrije hand, daar maakten sommigen gretig gebruik van. Ik vond dat er gewoon weer getraind moest gaan worden op het geven van passes over dertig meter, dat er weer één-tegen-één-duels moesten worden uitgevochten op de training.'

Heinz Stuy heeft heel wat afgekankerd dat seizoen. Ongelukkigerwijs beging uitgerekend de keeper die in drie opeenvolgende Europa-Cupfinales zijn doel schoon had weten te houden, begin april tegen PSV een kapitale blunder. Met de uitschakeling voor de beker, die het gevolg was, was het vonnis van de trainer getekend. Knobel mocht de zondag erop nog het genoegen smaken van een 4-1 overwinning op zijn oude club MVV, maar toen was het al te laat. Het blad dat hem die week de das om zou doen, was al op weg naar de drukker.

Actie van Piet Keizer tegen Feyenoord / Ajax - Feyenoord 2-1 in seizoen 1973/1974

Piet Keizer werd aanvoerder van Ajax, maar dat legde Ajax geen windeieren

Bobby Haarms, de tijdelijke opvolger van de ontslagen trainer, was ervan overtuigd dat de spelers een harde hand nodig hadden. ‘Ze hebben er misschien zelf wel eens anders over gedacht, maar ook de vedetten kunnen het niet alleen. Laat ze gerust op maandag een biertje drinken, maar de rest van de week moet je die mannen zo hard aanpakken, dat ze 's avonds geen puf meer hebben om te gaan stappen. Misschien had Knobel te veel ontzag voor het grote Ajax. Als MVV tegen Ajax moest, vertelde hij, maakten ze op weg van het Centraal Station naar De Meer een pooltje. Niemand durfde zelfs maar een gelijkspel in te zetten. Dan sta je dus om te beginnen al met 1-0 achter. Ik was dat verkeerde respect voor de vedetten allang kwijt. Hoe fenomenaal ze ook voetballen, het zijn uiteindelijk allemaal gewon jongens van vlees en bloed met hun zwakheden en hun streken. En die kende ik, ik hoorde ze lachen in de kleedkamer en voelde het als ze wat van plan waren, die gluiperds. Knobel had in Maastricht iets opgebouwd, maar met totaal andere voetballers. Nu nog is in het zuiden de omgang tussen trainers en spelers ander, liever. Dat Amsterdamse, daar moet je mee om kunnen gaan. Op weg naar het trainingskamp in De Lutte werd er in de bus een beetje gedold. Vroegen er een paar: ‘Wat doe jij nou hier, Bob? Waarom ga jij eigenlijk altijd mee?' Dus antwoordde ik: ‘Vanwege de luiers, jongens, en het babypoeder. Ik heb weer een koffer vol meegenomen.' Zo gingen we met elkaar om, maar bij het uitstappen vroeg Knobel bezorgd aan me of de spelers mij eigenlijk wel mochten.

‘Knobel was een vakman, een uitstekende veldtrainer. Op het veld werd hij dan ook niet gepiepeld, dáár is hij niet door de knieën gegaan. Ze hadden meteen door dat hij wist waar hij het over had. Knobel is gestruikeld over het mentale aspect van de klus. Ajax is MVV niet, en een Ajax dat opeens zonder Cruijff zit, is zo'n beetje het lastigste waar een trainer mee geconfronteerd kan worden. Die pech had hij. Johan was natuurlijk niet de gemakkelijkste geweest; hij was wispelturig, er was enige wrevel geweest. Sommige spelers dachten per abuis dat ze van hetzelfde niveau waren als Johan. Pas toen hij weg was, merkten ze wat ze misten. Het bindmiddel was verdwenen, er viel een gat. Bovendien waren er al die blessures ik oktober, liep Jan Mulder met die knie en zat Nees met zijn gedachten in Spanje.' Om het zelfvertrouwen wat op te vijzelen laste de kersverse interim-trainer op eerste paasdag een extra training in. Het werkte niet direct en De Graafschap werd een debacle, maar nog geen week later waren de sfeer, de inzet en de inspiratie terug. Het resultaat tegen Sparta was een kleurloze 0-0, maar voor Bobby Haarms telde vooral dat de ontgoochelde vedetten nog bereid bleken de mouwen op te stropen. Tot zijn genoegen zag de trainer weer gretigheid.

Het probleem lag elders: Ajax kreeg twee dozijn schitterende kansen, maar wist zich er geen hemelse raad mee. Op de tribune werd gegrapt dat de prestatiecurve van Ajax onder Bobby Haarms tot nu toe een stijgende lijn vertoonde. Een week later werd met 2-1 van Telstar verloren. Bobby Haarms besloot dat het tijd was voor een paar experimentjes. De thuiswedstrijd tegen FC Den Haag vormde het decor. ‘Krol was linksback, maar zijn crosspass kwam er niet helemaal uit. Ik wil de hem meer naar het centrum van de verdediging hebben en stelde heem op als laatste man. Omdat ik Blankenburg moeilijk linksback kon zetten, schoof hij op naar het middenveld. Ik had dus een linksback nodig en belde Gerrie Mühren. Toen ik voorstelde dat hij linksback zou staat, vond hij dat fantastisch. Die is happig, dacht ik. Ik had gedacht hem te moeten overtuigen. Vervolgens leg ik tien minuten lang omstandig uit hoe hij Ling moest bespelen. Op de dag van de wedstrijd zie ik die twee Mührens het stadion binnenkomen en roep: ‘En Gerrit, heb je het begrepen?' Hij had geen idee waar ik het over had. Toen begon me wat te dagen. Hij was zo enthousiast geweest, omdat ik Arnold aan de lijn had gehad en die was allang blij dat hij weer eens kon spelen. Dat Volendamse accent en de stemmen van die twee waren precies hetzelfde. Uiteindelijk zat Arnold gewoon op de bank en speelde Gerrie voor het eerst linksback.'

Onder George Knobel won Ajax nog wel de Europese Supercup, door AC Milan met maar liefst 6-0 te verslaan

Hans Kraay werd de opvolger van George Knobel bij Ajax. Kraay zit hier uiterst links op de foto met Johnny Rep (midden) en Cor Coster. Helaas was Kraay net zo min succesvol in Amsterdam als zijn opvolger

Over Krol en Blankenburg was de regisseur van de diverse noviteiten tevreden, niet over Gerrie Mühren. ‘Het eerste kwartier ging het goed omdat Ling alleen maar in de voeten werd aangespeeld. Maar toen er een diepe bal op Ling kwam en Gerrie sprintte, kreeg hij de slappe lach omdat hij ineens aan dat telefoontje moest denken.' Het was duidelijk: Gerrie Muhren was geen linksback, maar al met al leverde de fantasieopstelling Bobby Haarms een eerste overwinning op. Het was tegelijk zijn laatste. Het mislukte seizoen 1973/1974 werd afgesloten met een doelpuntloos gelijkspel in Kerkrade.

<<< Terug naar startpagina