Columns

Bekende Ajacieden en voetballiefhebbers vertellen over hun meest bijzondere Ajax-momenten

Vele bekende Nederlanders zijn Ajacied. Door de jaren heen is deze groep alleen maar groter geworden. Iedereen wil met Ajax geassocieerd worden, zeker als er successen zijn. Wij benaderden enkele hondstrouwe en fanatieke Ajacieden die in heel Nederland bekend zijn. Vanaf 1 september 1978 staat er maandelijks een Column op deze site staan, die geschreven is door een bekende Ajacied en waarvan de inhoud betrekking heeft op het Ajax van 25 jaar geleden of daarvóór...

Enkele namen van Ajacieden die reeds een bijdrage hebben toegezegd en binnenkort hier terug te vinden zijn: Raoul Heertje, Bert Nederlof, Evert Vermeer, Frits Barend, Klaas Vos, Marcelle van Hoof, Evert ten Napel, Dave Endt, Rimko Haanstra, Ed van Thijn, René Froger, Leo Driessen en Peter R. de Vries. En deze lijst wordt de komende tijd alleen maar langer.

Juni en Juli 1982 - ‘Johan Cruijff is onze aardgasbel op voetbalgebied’ (door Nico Scheepmaker)

“De Cruijff van nu is beter dan de Cruijff van vroeger. Hij is van meer waarde voor een elftal. Zijn passes zijn iets zuiverder, zijn draaiballen nog iets scherper. Daarnaast is hij teruggekomen met een arsenaal aan subtiliteiten. Een voorbeeld? Hij kan nu heel sierlijk voorlangs passeren zonder dat een verdediger eraan komt. Vroeger ging hij meestal buitenom. Dan sprintte hij al passerend naar links om daar de bal met de buitenkant van de rechtervoet voor te geven. Cruijff toen, in zijn begintijd, was een specifieke spitsspeler, die op mijn netvliezen vastzit als een jagende speler die verdedigers het hoofd op hol sloeg. Zijn spel was gericht op die positie. Nu is hij de regisseur en door zijn ervaring is hij in staat de andere spelers precies duidelijk te maken hoe het moet zonder dat zijn eigen spel in het gedrang komt.

LEES MEER >>>>

 

Mei 1982 - 'De andere kant van de topspeler' (door Hans Kraaij)

Om spelers te leren kennen is het goed met ze te praten los van de wedstrijdspanning. Zondagavond na Studio Sport zaten Tscheu La Ling, Wim Jansen en Johan Cruijff lang en uitgebreid te praten. Het kon bijna niet missen: het ging over voetbal. Niet over het die avond daarvoor behaalde kampioenschap van Ajax. Het ging voer voetbal in het algemeen en veel meer nog over goeie en slechte jeugdopleiding. Een normaal erg zwijgzame Wim Jansen praat honderd uit. Johan Cruijff is fanatiek en Tscheu la Ling zit er ontspannen bij. Voetbal is niet alleen hun vak, het is hun hobby en ziekte.

Johan Cruijff: “Wim Jansen zou nog een jaar door moeten voetballen omdat zonder zijn aanwezigheid spelers als Boeve en Ophof wellicht stil komen te staan in hun ontwikkeling. Het is toch geen toeval dat een Peter Boeve het laatste jaar veel basisfouten heeft afgeleerd. Nu weet hij dat hij “de binnenkant” goed moet afdekken. Doet hij het niet dan krijgt ie ongenadig op zijn donder

LEES MEER >>>>

 

Februari 1982 - ‘Zie je die Ford Taunus daar, die tweede hands? Die is van de trainer. Zo liggen hier de verhoudingen!’ (door Leo Driessen)

Aan het einde van de jaren zestig woonde ik in Slotermeer en ging voor één gulden op pad. Ik betaalde een kwartje voor een tramkaartje. Via lijn 13 en lijn 9, beiden tot het eindpunt, kwam ik bij het Ajax-stadion aan. In die tijd moest je op tijd zijn, want tussen half twaalf en twaalf uur waren er jongenskaartjes in de verkoop. Helaas werden er maar een paar honderd verkocht, en die kostten twee kwartjes. Als je te laat was, kon je het wel vergeten, want voor gewone kaartjes had je te weinig geld. Glippen was ook een optie, maar ik vond dat bij Ajax toch wel erg lastig. Veelal liepen we met een groep van zes tegelijk op een suppoost af en dan drukte ik hem in het voorbijlopen snel iets in zijn handen. Als we dan voorbij waren en hij zag dat het maar een stuiver was, werd hij ineens erg boos. Maar dan was je al bijna binnen, en kon niemand je meer vinden.

LEES MEER >>>>

 

December 1981 - ‘Vijfentwintigduizend man vallen elkaar in de armen uit puur geluk dit nog te mogen meemaken’ (door Jan Mulder)

Het is 6 december 1981. We gaan vanmiddag naar Amsterdam, waar Cruijff de klok even tien laar gaat terugzetten. Ajax-­Haarlem. Het wordt anderhalf uur kippenvel: wanneer heb je dat nog? Keiharde zakenlieden zullen elkaar vanmiddag ontroerd om de hals vallen. Maar het is nog niet zover. Het is vijf voor één. Ben vroeg vertrokken want het zal wel druk worden. Ik rijd met de auto op de hekken van het Ajax-stadion af. Zonder kaartje. Een oud-Ajacied steekt namelijk zijn kop uit het autoraampje en mompelt iets leuks tegen de suppoost, die daarop de poort wijd open zet. Zoniet vandaag. Ik steek het hoofd wel op de gebruikelijke wijze uit mijn auto, maar de bewaker zegt onmiddellijk: „O nee hoor, o nee hoor, geen sprake van, zet 'm daar maar neer”. Men is met Cruijff weer in de gelederen extra gemotiveerd; van de terreinknecht tot Peter Boeve.

LEES MEER >>>>

 

Mei 1981 - 'Nederland zou op punten met grote voorsprong hebben gewonnen' (door Herman Kuiphof)

In de roemruchte tijd van Ajax was ik bijna bij alle wedstrijden aanwezig als commentator. We versloegen bijna alle wedstrijden al vanaf locatie, wat twintig jaar geleden nog zeker niet vanzelfsprekend was. In die periode van 1966 tot 1973 leerde ik iedereen bij Ajax beter kennen. Wim Suurbier was een echte grappenmaker. Met Vasovic had ik prima contact. Piet Keizer was een beetje zweverig maar wel interessant. Hij zei echter niet zoveel. Dit in tegenstelling tot Bennie Muller die aan een stuk door ratelde. Hulshoff was een typ dat je warm moest laten lopen en dan kwamen de verhalen wel. Klaas Nuninga was ook een heel sympathieke speler, heel aardig en altijd bescheiden. En dat laatste was toch iets waar de meeste Ajacieden niet om bekend stonden, Johan Cruijff voorop!

In 1964, toen Johan net zijn debuut zou maken voor Ajax kwam ik eens Henk Groot tegen in de Spuistraat in Amsterdam. Henk vertelde mij: “We hebben er nou eentje bij lopen. Dun als een spijker en zo brutaal als de beul. Hij zegt ons gewoon waar we moeten gaan staan en wat we moeten gaan doen.” Ik zei: “Maar dat pikken jullie toch niet?” “Jawel,” zei Henk, “hij heeft namelijk meestal gelijk!” En waarachtig zo verdient Johan respect.

LEES MEER >>>>

 

April 1981 - ‘‘Arme student….weinig geld….wilde ook wel eens zo’n wedstrijd zien.’’ (door Heinze Bakker)

‘In de jaren zestig studeerde ik in Groningen. Mijn huidige vrouw en ik traden in oktober van dat jaar in het huwelijk. In die tijd reisde je niet van A naar B om voetbalwedstrijden te bezoeken. Dat was toen nog niet. Er was niet veel geld voor en ook niet altijd een vervoersmiddel. Maar mijn vrouw en ik hadden wat gespaard en besloten na onze bruiloft een weekje door Nederland te gaan toeren en plaatsen te bekijken die we nog niet eerder gezien hadden. Toevallig werd in die week de competitiewedstrijd tussen Go Ahead Eagles en Ajax gespeeld in Deventer. En di e kans wilde ik toch wel met beide handen aangrijpen, want woonachtig in het Noorden waren er weinig kansen om de topclubs in actie te zien komen. Soms speelden de grote clubs bij GVAV, maar dat was het wel zo’n beetje. Dus ik besloot een briefje te sturen naar Go Ahead Eagles. De inhoud van het briefje blonk uit door medelijden. Arme student….weinig geld…nooit in de gelegenheid om….wilde ook wel eens zo’n wedstrijd zien. Bovendien vermeldde ik dat we die week op huwelijksreis door Nederland waren. Kortom: of we niet naar Go Ahead Eagles – Ajax konden…’

LEES MEER >>>>

 

Maart 1981 - ‘Haal jij ‘m eruit, anders stuur ik ‘m eruit!’(door Frans Derks)

Een van Nederlands beroemdste scheidsrechters is toch wel de uit Volendam afkomstige Jan Keizer. Al decennia lang is hij actief op de Nederlandse velden, en ook internationaal begint hij al aardig aan de weg te timmeren. Door sommige gehaat om zijn zelfverzekerdheid en neiging tot arrogantie, door anderen juist geliefd vanwege zijn openheid en vakbekwaamheid. Wie is toch deze slanke, ijdele, welbespraakte verschijning?

‘Ik werd geïntroduceerd in de wereld van de scheidsrechters door mijn voormalige schoolmeester, de heer Arnold Mühren (grootvader van Gerrie en Arnold Mühren). Schoolmeester Mühren floot midden jaren '50 altijd de lokale schoolvoetbaltoernooien. Toen ik 16 jaar oud was, vroeg hij mij om ik eens wilde assisteren tijdens zo'n schoolvoetbaltoernooi. Dat beviel zo goed, dat ik besloot om door te gaan in het scheidsrechtervak. Daarbij was de KNVB zeer behulpzaam. Scheidrechters diende 18 jaar oud te zijn, en ik was pas 16 jaar. De KNVB verleende gelukkig dispensatie, en al spoedig doorliep ik de verschillende lagen van het amateurvoetbal. Amper 25 jaar oud was ik volwaardig arbiter, en maakte mijn entree in de eredivisie.'

LEES MEER >>>>

 

Februari 1981 - ‘Moet je nagaan, we zaten met 120 man naar één televisietje te kijken…’ (door Leo Driessen)

Mijn eerste herinnering aan Ajax dateert uit december 1966. Dat was de beroemde mistwedstrijd die Ajax in het Olympisch Stadion speelde tegen Liverpool. Destijds werkte mijn vader op de Valwerkskade op het Industrieterrein. Als broekie van 10 of 11 jaar ging ik wel eens meehelpen, en liepen we naderhand te voet naar huis. Soms gingen we met de fiets. De woensdagmiddag in kwestie werkte mijn broer er ook. Hij was helemaal geen voetballiefhebber, maar toch hoorde ik hem tegen mijn vader zeggen dat die wedstrijd helemaal niet door kon gaan. Zelfs op de Valschermkade konden we geen hand voor ogen zien vanwege de dichte mist. Het was een bijzondere tijd voor de voetballiefhebbers, want het was nagenoeg de eerste keer dat er een wedstrijd van Ajax op televisie kwam. Wel was DWS al een keer op televisie geweest, maar voor Ajax zou het de eerste keer worden. Een voetbalwedstrijd die live uitgezonden zou worden was echt een ‘uitje’ waar je met nog meer spanning naar uitkeek. Tevens was de grote vraag in die tijd, wie de commentator zou zijn: Koen Verhoef of Herman Kuiphof. Dat de wedstrijd wellicht niet zou doorgaan, zorgde voor veel teleurstelling bij mij. De afloop is uiteindelijk wel bekend.

LEES MEER >>>>

 

Januari 1981 - ‘Het enige wat ik duidelijk zie is die grote mond van jou' (door Jan Keizer)

Een van Nederlands beroemdste scheidsrechters is toch wel de uit Volendam afkomstige Jan Keizer. Al decennia lang is hij actief op de Nederlandse velden, en ook internationaal begint hij al aardig aan de weg te timmeren. Door sommige gehaat om zijn zelfverzekerdheid en neiging tot arrogantie, door anderen juist geliefd vanwege zijn openheid en vakbekwaamheid. Wie is toch deze slanke, ijdele, welbespraakte verschijning?

‘Ik werd geïntroduceerd in de wereld van de scheidsrechters door mijn voormalige schoolmeester, de heer Arnold Mühren (grootvader van Gerrie en Arnold Mühren). Schoolmeester Mühren floot midden jaren '50 altijd de lokale schoolvoetbaltoernooien. Toen ik 16 jaar oud was, vroeg hij mij om ik eens wilde assisteren tijdens zo'n schoolvoetbaltoernooi. Dat beviel zo goed, dat ik besloot om door te gaan in het scheidsrechtervak. Daarbij was de KNVB zeer behulpzaam. Scheidrechters diende 18 jaar oud te zijn, en ik was pas 16 jaar. De KNVB verleende gelukkig dispensatie, en al spoedig doorliep ik de verschillende lagen van het amateurvoetbal. Amper 25 jaar oud was ik volwaardig arbiter, en maakte mijn entree in de eredivisie.'

LEES MEER >>>>

 

December 1980 - 'Ik... ik dacht dat jij in Róme zat...' (door Theo Koomen)

Al sinds het begin van de jaren zeventig doe ik, naast de Tour de France, ook geregeld verslag van de internationale voetbalwedstrijden. Naast het Nederlands elftal en Feyenoord, kom ik ook geregeld bij Ajax. Zowel nationaal als internationaal. De Europa Cup-duels aan het begin van de jaren zeventig heb ik altijd met veel plezier van commentaar voorzien.

In mijn verslagen zet ik een beetje de werkelijkheid naar mijn hand. Ik herschep de wereld naar eigen geluid en gelijkenis. Tegen de realiteit aanleunend, een stuiver oppoetsend tot een blinkende gouden medaille. Maar soms schoot ik wel eens te ver door, en wordt het regelrecht bedrog. Enkele jaren terug werd ik door de NOS benaderd om een radiofonisch sfeerbeeld vanuit Rome zou verzorgen, omdat Ajax daar zou spelen. Maar door omstandigheden miste ik het vliegtuig. ‘Toen ik ‘s middags producer George Tor opbelde, vroeg ik: “George, kunnen we niet wat prakkiseren?” Nou, dat kan, zei Tor. “Je moet gewoon net doen alsof je vanuit Rome verslag doet, dan zal ik ondertussen een band met buitengeluiden en schreeuwende supporters laten horen.”

LEES MEER >>>>

 

November 1980 - 'Beenhakkers blik… ' (door Evert Vermeer)

Me dunkt dat we bij Ajax hoogtepunten te vieren hadden in het afgelopen decennium; de ene beker na de andere verdween in de prijzenkast, en het is dat er geen kampioensbekers bestaan, anders hadden ze grondig moeten verbouwen in de Meer. Foto's van al die huzarenstukjes zijn volop te vinden in boeken en aan muren, bij de supporters thuis. En toch, als je het mij vraagt werd de mooiste foto gemaakt aan het einde van het decennium (of,voor wie niet rekenen kan, net aan het begin van het huidige). We schrijven 30 november 1980, een uurtje of kwart voor vier. Ajax speelt, thuis in De Meer, een wedstrijd tegen FC Twente. Gewoon, een competitiewedstrijd zoals er elke twee weken eentje is, waarbij wordt gerekend op een regelmatige overwinning in een wedstrijd die al snel weer zal zijn vergeten. Zo niet deze. De foto toont de Ajax-bank; iedereen die erop zit heeft het hoofd iets links van het midden en volgt gespannen het spel. De reservespelers zitten weggedoken in hun trainingsjacks, de capuchons opgeslagen als potentiële straatrovers, om zich te beschermen tegen de najaarskou. Het was koud! De trainers lijken er minder last van te hebben. Bobby Haarms neemt, zorgelijk kijkend als immer, een trek van zijn onafscheidelijke sigaret. Leo Beenhakker kijkt, in zijn onafscheidelijke lange jas, eveneens zorgelijk, maar zijn blik lijkt ook iets afwezigs te hebben, alsof hij liever ergens anders zou zitten. De man naast hem praat tegen hem, maar Leo lijkt niet echt te luisteren. Misschien twijfelt hij wel of hij zou moeten luisteren. Leo is namelijk een va de beste voetbalcoaches van het land, en de man naast hem is dat niet. Die is zelfs helemaal geen trainer en heeft daar ook helemaal geen cursus voor gedaan en hoort niet eens bij de technische staf van Ajax.

LEES MEER >>>>

 

Oktober 1980 - ‘Je begrijpt zeker wel dat je morgen op de bank begint…?' (door Dries Roelvink)

In de beginjaren zeventig was er sprake van een sterke rivaliteit tussen de drie Amsterdamse club: DWS, Blauw Wit en Ajax. Op straat waren het altijd duels tussen DWS en Ajax of Blauw Wit en Ajax. De leefde toen enorm. Feyenoord was succesvoller, maar dat leefde toen een stuk minder. Met veel ontzag keek ik altijd naar duels tussen bijvoorbeeld Frits Flinkevleugel en Piet Keizer. Die namen spraken ons enorm aan, en we deden hun acties altijd na op de pleinen bij ons in de buurt.

Al op jonge leeftijd kwam ik terecht bij DWS. Daar werd met de paplepel ingegoten dat alles wat met Ajax te maken heeft, slecht is. DWS is alles, Ajax is niets. Dat was het uitgangspunt. Ik speelde in de jeugd van DWS geregeld tegen Ajax. Dat waren speciale wedstrijden. Zowel bij de C-, B- als A-jeugd speelde in tegen Ajax. In totaal zes keer. Eén keer speelde ik met DWS gelijk tegen Ajax, en één keer wonnen we. Met name de duels van DWS A1 tegen Ajax A1 zijn me erg bij gebleven. Zelf scoorde ik het eerste doelpunt van de wedstrijd. We konden de voorsprong echter niet tot het einde vasthouden; de eindstand werd uiteindelijk 1-1. Eerlijk gezegd was ik liever naar Ajax gegaan, om daar de jeugdopleiding mee te maken. Maar dat heb ik in die tijd natuurlijk nooit laten blijken...

LEES MEER >>>>

 

September 1980 - ‘Onze opstelling krijg je niet, tenzij je mij de opstelling van Dukla Praag geeft' (door Herman Kuiphof)

Michels was een bitse, stuurse man. Man van weinig woorden, ook tegen de spelers zei hij weinig. Tegen Piet Keizer heeft hij anderhalf jaar gezwegen. Hij kon het met Keizer helemaal niet vinden, maar dat was dan ook een moeilijke jongen. Michels wist zich er geen raad mee en dus spraken ze gewoon niet met elkaar. Ook voor ons als verslaggevers was hij erg moeilijk. Rond Ajax-Benfica op 5 maart 1969 was er een training vlak voor de wedstrijd. Toen kwam ik het veld op om gesprekjes te maken met de spelers. Dat ging lekker. Totdat ik naar Michels ging en zei: “Mag ik u ook wat vragen?” Hij zei toen: “Nee, nee, dat vind ik niet nodig.” “Dat zal me toch niet gebeuren!”, dacht ik, “Dat ik met alle spelers kan praten, behalve met de trainer!” Toen heb ik Jaap van Praag gevraagd of hij er niet voor kon zorgen dat Michels een beetje toeschietelijker kon worden. Ik was niet van plan om boosaardige vragen te stellen maar ik wilde hem wel even interviewen. Dat deed Van Praag dan, ‘Kom op Rinus! Even de pers te woord staan!' Dat deed hij dan wel, maar met tegenzin! Met frisse tegenzin.

LEES MEER >>>>

 

Augustus 1980 - ‘Kampioensfeest 1968 ' (door Koos Alberts)

In de competitie hadden de Rotterdammers een forse voorsprong opgebouwd. Ik meen op een gegeven moment wel acht of negen punten. Begonnen ze opeens zenuwachtig te worden en wedstrijden te verliezen. Wekelijks werd het kampioensfeest uitgesteld en op de laatste speeldag zou het moeten gebeuren voor de Feyenoorders. Maar wie had kunnen bevroeden dat Ajax bij Twente zou winnen. Twente had in die dagen gewoon een stugge ploeg. Daar won je niet zomaar eventjes van. Maar goed, Twente was verslagen en toen duidelijk werd dat Feyenoord wederom had verloren was het feest in Amsterdam. Een spontaan feestje.

LEES MEER >>>>

 

Juni en Juli 1980 - ‘Elk nadeel heb z'n voordeel' (door Rimko Haanstra)

In gedachten verzonken liep ik 's morgens vroeg naar huis. Tobbend over een column die ik zou schrijven en die ik moest inleveren bij 'De Goeie Ouwe Tijd.nl'. En ik had nog steeds geen onderwerp. Het moest over Ajax gaan. Maar ik had dit jaar niet zo veel te melden over mijn club. Met de geluiden van de wil de dieren nog in mijn hoofd (ik kwam van mijn lat-relatie die vlakbij Artis woonde) leek mijn eigen huis mij welkom te heten: mijn voordeur stond wagenwijd open. Onwillekeurig dacht ik dat ik het onderwerp voor mijn column zich aandiende. Maar wat had dit in vredesnaam met Ajax te maken? Binnen trof ik een totale ravage aan. Zo een die je eigenlijk alleen maar van speelfilms kent. Alles was overhoop gehaald, alle laden omgekeerd en op het eerste gezicht waren mijn videorecorder en stereoset verdwenen. Te midden van die ravage lag er een briefje, een stukje papier dat uit een notitieboekje was gescheurd, met de volgende tekst:

'Hedenochtend te 6.00 uur troffen wij de voordeur van uw woning geopend aan. Vermoedelijk is er bij u ingebroken. U kunt dit aangeven bij bureau IJ-tunnel. De politie.'

LEES MEER >>>>

 

Mei 1980 - ‘Tienduizenden ogen schoten vol. He made our day.' (door Ed van Thijn)

Als ik terugdenk aan het roemruchte Ajax uit de jaren '60 en '70 is er één moment dat diep in mijn geheugen is gegrift. Eén supermoment dat mij nog altijd, als ik daaraan terugdenk, emotioneert. Het was niet eens een spelmoment. Geen winnende treffer. Geen acrobatische actie, weergaloze pass of schaarbeweging. Of een briljante redding. Nee, de wedstrijd moest nog beginnen. Het ging ook niet om de ster van het veld, de “man of the match” of één van de doelpuntenmakers. De man die in mijn geheugen gegrift staat deed helemaal niet mee.

We schrijven 2 juni 1971. Locatie: Londen. Het Wembley-stadion. De Europacupfinale: Ajax tegen Panathinaikos. Een veld vol Griekse Godenzonen. We hadden hier maandenlang naar toegeleefd. De vraag of je naar Londen zou gaan was niet aan de orde. Je ging gewoon. Ikzelf had er een reis naar Amerika voor omgeleid. Geen rechtstreekse vlucht, zoals gepland, maar een tussenstop

LEES MEER >>>>

 

April 1980 - ‘Het weekeinde van de ommekeer’ (door Marcelle van Hoof)

Het weekeinde van 19 en /20 april 1980 belooft heel bijzonder te worden. Voor het eerst zal ik twee fenomenen live in actie zien in Amsterdam. The Damned is weliswaar niet bepaald mijn favoriete punkband (te kinderachtig, te ééndimensionaal, te ‘rock’ ook soms), maar het eerste album Damned Damned Damned en de single New Rose uit 1977 behoren wel tot mijn eerste gekochte punkplaten. En de pas verschenen derde elpee Machine Gun Etiquette is ruig en lief tegelijk. Love Song en vooral Smash It Up zijn lekker meezingbare singles.

Maar, als ik eerlijk ben, kijk ik toch het meest uit naar mijn debuut in De Meer, hét stadion in Nederland en ver daarbuiten. Omdat ik nog in Maastricht woon, er op school zit, zijn bezoekjes aan Amsterdam tot nu toe zeldzaam geweest en hebben ze altijd in het teken gestaan van muziek: The Clash, The Ramones, The B-52’s, The Ruts, Culture, The Specials, Madness en een afgelast concert van X-Ray Spex. Platen kopen bij No Fun, Boudisque, Musicland, Get Records. Uitgaan

LEES MEER >>>>

 

Maart 1980 - 'Et moi, moi je suis l' emblème d'Ajax' (door Floris Thoolen)

Nog een paar weken en dan is het zover, ons cluppie speelt in de kwart-finale van de Europa Cup tegen RC Strassbourg. Ik heb besloten om net als in de gouden jaren zeventig mee te gaan naar Strassbourg, samen met een paar vrienden gaan we mee met de eerste dagvlucht. Een van mijn vrienden, Eef Heijt, heb ik verteld hoe ik in het verleden vele uitwedstrijden van Ajax in het buitenland ben meegeweest helemaal in het rood en wit gekleed. Eef heeft mij verzocht om het bij de uitwedstrijd tegen Strassbourg qua kleding iets rustiger aan te doen. Ik heb toegezegd hierover na te zullen denken. Eigenlijk hoef ik hier helemaal niet over na te denken, want alle attributen heb ik nog in de kast liggen. Dat zijn: Mijn Ajax-jurk, mijn rode en witte klomp, mijn Ajax-vlag en shawl en niet te vergeten mijn pet.

Het is zover morgenochtend komen Eef, Ferry en Herma mij om 06.00 uur thuis ophalen om naar Schiphol te gaan. Ik heb alle attributen in een tas gestopt die ik zonder problemen kan meenemen in het vliegtuig. Woensdag 5 maart om klokslag 6.00 uur staat de auto voor de deur. Ik zeg snel mijn moeder gedag en stap de deur uit naar de wachtende auto. Ik zie Eef al naar mij kijken en opgelucht ademhalen, ik ben op dat moment gewoon gekleed. Snel naar Schiphol om ons in te checken. Eenmaal in de vertrekhal aangekomen meld ik dat ik nog even snel naar de WC moet. Die korte pauze benut ik om mij geheel in het rood en wit te steken. Wanneer ik even later terugkom in de vertrekhal krijgt Eef zowat een flauwte wanneer hij mij ontwaart. Ferry en Herma komen niet meer bij van het lachen.

LEES MEER >>>>

 

Februari 1980 - ‘Tonnie Blanker geen nieuwe Johan Cruijff ’ (door Bert Nederlof)

‘Clubs met spitsproblemen zijn van alle tijden, maar voor dit seizoen was de nood bij Ajax wel érg hoog. De ploeg van trainer Cor Brom had onverwacht Ray Clarke naar Club Brugge zien vertrekken, het bestuur trok daarop in allerijl een opvolger aan: Henning Jensen van Real Madrid, die eerder furore maakte bij Borussia Mönchengladbach. Maar die blijkt nu al een miskoop. De 18-jarige Tonnie Blanker, afkomstig uit de Ajax-jeugd, leek een hoopgevend alternatief, maar ook hij lijkt te falen.'

‘In de competitie begon Ajax weliswaar met de aanvalslinie Ling-Blanker-Tahama, maar al na zeven duels wisselde de samenstelling voortdurend. Het was bijvoorbeeld Ling-Jensen-Tahamata, Ling Bonsink-Jensen, Jensen-Ling-Tahamata, Bonsink Ling-Tahamata - en zo gaat het maar door. Dat Ajax wel op schema ligt voor een kampioenschap heeft vooral te maken met de zwakte van de concurrentie. De meeste doelpunten worden gemaakt door middenvelders. Een beter bewijs dat Ajax niet meer over een scorende spits beschikt is niet denkbaar. Tonnie Blanker verdwijnt intussen weer langzaam uit beeld.

LEES MEER >>>>

 

Januari 1980 - 'In Ivoorkust vieren we dit jaar de kerst met een temperatuur van boven de 30 graden.’ (door Gerard Holsheimer)

De winterstop nadert maar voor de Kerst 1979 vertrekken we nog voor een trip naar Ivoorkust. Via een aldaar gevestigde Nederlander, Dick Quist, is Ajax uitgenodigd om een week in Abidjan te verblijven en twee wedstrijden te spelen. Ook de dames van de begeleiding zijn uitgenodigd en maken hiervan dankbaar gebruik. Een echte serieuze trip is het niet, men moet het meer zien als de afsluiting van een goede eerste seizoenshelft; Ajax staat aan de leiding met 5 punten voorsprong op Feyenoord en AZ ’67 welke clubs beiden een wedstrijd minder hebben gespeeld. Er gebeurde nogal wat in die eerste helft van het seizoen; bestuurslid Boering stapte op na een affaire met toenmalig voorzitter Harmsen; trainer Cor Brom is op 8 september 1979 ontslagen en tijdelijk opgevolgd door Leo Beenhakker. Op 17 december 1979 wordt via Parijs naar Ivoorkust gevlogen en we zijn in gezelschap van Harry Vermegen en Henk Spaan die de trip vastleggen op film welke later op TV wordt uitgezonden.

LEES MEER >>>>

 

December 1979 - ‘Willy Brokamp was min of meer de Piet Keizer van Maastricht’ (door Evert Vermeer)

Willy Brokamp? Willy Brokamp naar Ajax? Tja, het stond er toch echt, in de kranten. Het was de zomer van 1974, en Ajax was flink bezig de selectie op te schonen. Hans Kraaij was de nieuwe man op de stoel van de voortijdig vertrokken George Knobel, en rammelde met verve met de buidel geld die het Ajax-bestuur hem ter beschikking had gesteld voor nieuwe aankopen: Ruud Geels was uit België teruggelokt ter verhoging van de productie, Piet Schrijvers was na het voor Nederland zo succesvolle WK vastgelegd om, naar viel te vrezen, de weinig stijlvolle maar doorgaans zeer degelijke Heinz Stuy in het doel te vervangen, de jonge en oer-Haagse verdediger Johnny Dusbaba was uit de hofstad weggetroond om vijandelijke aanvallers met snode plannen bij de enkels af te zagen. Het klonk allemaal zeer aannemelijk om Ajax de glans terug te geven die het in het afgelopen seizoen, na drie jaar lang Europa te hebben geregeerd, was kwijtgeraakt. Maar Willy Brokamp?

LEES MEER >>>>

 

November 1979 - ‘Ik dacht dat die Geels uit een lichtmast kwam vallen…’ (door Dries Roelvink)

Zo liep ik een dag later met mijn buurman richting het Olympisch Stadion. Op weg naar het stadion vertelde ik mijn buurman honderduit over mijn idool. Hij wist binnen enkele minuten alles van Ruud Geels. Ook verkondigde ik dat ik zeker wist dat Geels tegen Feyenoord zou gaan scoren. Op een gegeven moment zei hij zelfs: ‘Nu weet ik het wel, hou nou maar op!’ Eenmaal aangekomen bij de poorten van het stadion, liepen we de eerste groep suppoosten tegemoet. We konden geen kaartje laten zien, maar boden deze man 2,5 gulden aan. Helaas, hij wees ons terug, we kwamen niet binnen. Een klein ogenblik wachten en we probeerden het bij een andere suppoost. Hem boden we 5 gulden. Dat was voor hem voldoende; we mochten doorlopen.

LEES MEER >>>>

 

Oktober 1979 - 'In diverse interviews wordt het vuurtje opgestookt, iedere voetballiefhebber wil de wedstrijd zien.' (door Evert ten Napel)

Europa Cup voetbal op de televisie is in de begin jaren van dit fenomeen geen vanzelfsprekendheid. Je volgde via de krant of de radio het nieuws rond de kaartverkoop, want het stadion diende uitverkocht te zijn alvorens een club of zeg maar de almachtige voorzitter het verlossende ja-woord sprak. Dat is ook het geval in de aanloop naar de 1/8 finale in het seizoen 1969/1970 als Ajax thuis moet spelen tegen Carl Zeiss Jena. De Oostduitse fabrieksploeg won 2 weken eerder thuis met 3-1, op zich niets bijzonders want het voetbal uit de DDR stelde best wat voor. Met name fysiek waren ze veel tegenstanders de baas. Natuurlijk gingen er ook dan al verhalen over het gebruik van allerlei geheime middeltjes.

LEES MEER >>>>

 

September 1979 - 'Voetbalgek' (door Koos Alberts)

In die tijd maakte ik ook al kennis met het artiestenvak overigens. Ik moest namelijk mijn opa geregeld uit de kroeg halen. Hij zat steevast in het Het Bruine Paard aan de Prinsengracht en kwam pas met mij mee nadat ik zijn favoriete lied “O mein papa” had gezongen. Bovenop een barkruk stond ik dan en verdiende zo nog wat centen ook. Maar toch was ik niet zo met zingen bezig. Ik vond voetballen, schaatsen, vissen en zwemmen veel leuker. Toen we op m’n dertiende naar Oost verhuisden werd ik al snel Abe genoemd op straat. Met mijn kleine gestalte en blonde haren leek ik schijnbaar nogal op Abe Lenstra. Kwamen de buurtjongens aanbellen: “Abe, Abe, kom je voetballen?”

LEES MEER >>>>

 

Augustus 1979 - 'Vasovic? O… die ken ik heel goed, hij woont vlak bij mij’ (door Peter R. de Vries)

Diezelfde dag, direct na schooltijd, liep ik met een vriendje terug naar de bewuste flat. Verlegen, maar vastbesloten, liepen we de galerij op en belden aan op de plek waar een paar uur daarvoor Ajax’ libero had gestaan. De deur ging open en ja hoor… hij woonde er! We hakkelden iets over een handtekening en liepen even later juichend met een zwart-wit-foto met krabbel van Vasovic naar huis. Het is waarschijnlijk dit moment dat bepalend is geweest voor mijn onvoorwaardelijke overgave aan Ajax. Als je een profvoetballer persoonlijk ‘kent’, dan ben je natuurlijk supporter van zijn club, dat is een uitgemaakte zaak!

LEES MEER >>>>

 

Juni en Juli 1979 - 'Ray must stay' (door Ed Ad van Eunen)

Nog steeds kan ik het niet helemaal begrijpen. Het waarom intrigeert mij. Ik had niet verwacht dat zoiets bij Ajax zou kunnen gebeuren. Zo’n grote club. Mijn club. Op straat speel ik wedstrijdjes met mijn buurjongen Wolter. We wonen in een straat met drive-in woningen met voor het huis grote parkeerplaatsen. De garagedeur fungeert als doel. Dick Schoenaker, Frank Arnesen, Soren Lerby zijn mijn favorieten. Ze spelen al een tijdje in het eerste van Ajax. Vorig jaar kwam opeens Cor Brom als trainer. En die nam die lange Engelse spits mee van Sparta. Ray Clarke. Volgens mij heeft bijna geen enkele spits zoveel bij Ajax gescoord als deze voorhoedespeler. Dus in plaats van Schoenaker, Lerby of Arnesen was ik steeds vaker Ray. 37 keer is natuurlijk behoorlijk productief. Bovendien won Ajax voor het eerst weer de dubbel sinds 1972. Maar als ik alles goed heb begrepen was er geen eens champagne in de kleedkamer en was er geen huldiging voor de supporters op het Leidseplein.

LEES MEER >>>>

 

Mei 1979 - 'De Ajax-trui' (door Dave Endt)

Mijn moeder breide vroeger mijn truien. Het liefst in een donkere kleur en met een col. Zwart vond ik mooi. En blauw, donkerblauw. Coltruien waren, vooral wanneer ze van een dikke kwaliteit wol waren, fantastisch om naar school te dragen. Die truien waren stoer, ze maakten je sterk en breed. Mijn broer had een hele gave. Zwart met op de borst twee horizontale strepen. Mijn broer was er uitgegroeid dus leende ik hem wel eens. Hij maakte stoerder en sterker en breder. Ook omdat hij van mijn broer was. Mijn moeders truien waren ook heerlijk om mee op straat te spelen. Geen windjacks, regen- of winterjassen die je bewegingsvrijheid belemmerden, maar een soepele trui! Ik voetbalde met die truien. Voor de deur en op het pleintje op straat en ook op het gras. Graag stond ik met afmattertje, ook wel afmartetje, op doel. Duiken op het natte gras. De trui bood optimale bescherming en op een zwarte of donkerblauwe trui zag je de moddervegen pas wanneer die opgedroogd waren. De truien waren een tweede huid.

LEES MEER >>>>

 

April 1979 - 'Ajax en het mysterie van het buitengebeuren' (door Evert Vermeer)

Hoe goed was het eigenlijk, dat Ajax-elftal uit het seizoen 1978/1979? Het wordt altijd een beetje voor kennnisgeving aangenomen, maar een simpele blik op de elftalfoto leert dat er een behoorlijk aantal spelers rondliepen waar iedere trainer mee gestraft zou willen worden. Het was ook een selectie die bepaald niet wars van succes was, getuige de alleszins bevredigend verlopen competitie en dito bekertoernooi, en een zeer optimistisch ogend doelsaldo. Sta me toe een snelle blik te werpen op de spelerslijst: Ruud Krol regelde de boel achterin, en wie niet meewerkte kon zonodig een draai om de oren krijgen ten aanschouwe van een vol stadion. Søren Lerby en Dick Schoenaker jaagden en buffelden dat het een lieve lust was, Simon Tahamata en Frank Arnesen, de een nog tengerder dan de ander, hadden prachtige individuele acties in huis, om van de grillige Tscheu La Ling maar te zwijgen. En Ray Clarke scoorde aan de lopende band, vooral met gekopte kanonskogels, en was al na één seizoen weer vertrokken zonder dat ons verteld werd waarom - waren het de gokschulden waarvan boze tongen repten? En hadden we dan geen inzameling kunnen houden? Toegegeven, het was ook het seizoen van Piet Wijnberg, Kees Zwamborn, Wim Meutstege en Jan Everse, namen waar met alle respect niemand van wakker lag, maar al met al was het bepaald geen verkeerd elftal.

LEES MEER >>>>

 

Maart 1979 - 'De oneven jaren' (door Jurryt van de Vooren)

Johan Cruijff behoort tot de beste spelers, die Feyenoord ooit heeft gehad. Maar dat wist ik 25 jaar geleden nog niet, in 1979 dus. Waar die voetballer toen uithing, wist ik ook niet. Zijn afscheidswedstrijd tegen Bayern München was net geweest, in september 1978, en iemand die daarvan de uitslag nog weet, kan zich voorstellen dat het even wat rustiger werd rond de Ajacied. In ieder geval voor mij, want als tienjarige scholier uit hetzelfde Gelderse dorp als Erik Breukink was dat niet het belangrijkste in de strijd om te overleven. En op mijn school, in dat Gelderse dorp, deed je dat vooral door te kiezen voor een club waar deze site eigenlijk niet over gaat. Laat ik het zo zeggen: het is een club die gerekend wordt tot de traditionele Top Drie, niet uit Brabant komt en dus ook niet onderwerp is van deze site.

LEES MEER >>>>

 

Februari 1979 - 'Met mijn hoofd onder een stapel kussen' (door Raoul Heertje)

Ik weet heus wel dat ik me er overheen moet zetten. Dat ik weer gewoon naar een wedstrijd in de Meer moet gaan. Mensen die van een paard vallen stappen ook zo snel mogelijk weer op een paard. En skiërs die hun been breken spoeden zich na hun herstel meteen weer naar een wintersportoord.

Maar als ik even mijn ogen sluit zie ik overal ballen die in het Ajax-net ploffen. Als rijpe appelen vallen ze onder, naast en boven het doel van Piet Schrijvers. Trouwens, de niet rijpe appelen vliegen net zo hard de goal in. Mensen op de tribune kijken elkaar aan alsof ze figureren in dezelfde nachtmerrie. Ze knijpen in elkaar's armen maar dat verhoogt alleen maar de pijn die ze toch al voelen. Sommige wanhopigen gaan met hun kussentje gooien. Dat is natuurlijk een veel te slappe daad om de nachtmerrie te beëindigen. Misschien dat iemand een heel bed of een slaapkamer op het veld kan werpen. Het ergste is die keeper wiens naam ik weiger op te schrijven. Hij maakt een stapel van de kussentjes en gaat er op zitten. Ik ben nu 15 jaar maar ik weet zeker dat ik dat beeld nooit zal vergeten. Een arrogante nare man met die grote handschoenen lachend op die stapel kussentjes. Alleen de hoorntjes op zijn hoofd ontbreken. Ik dacht dat ik alles van die avond op zou snuiven en in geuren en kleuren aan mijn kinderen zou kunnen vertellen. Ik dacht dat ik de avond der avonden zou beleven. In plaats daarvan nam ik die avond afscheid van mijn stoutste dromen.

LEES MEER >>>>

 

Januari 1979 - 'Ajax gaat hier met 3-0 winnen' (door Evert ten Napel)

Reeds op jonge leeftijd wilde ik radioverslaggever worden. Dat grijze kastje aan de muur van de woonkamer in mijn ouderlijk huis ergens in een Drents dorp boeide mij enorm. Uit dat PTT-kastje klonken stemmen en op de lange zondagmiddagen waren dat de stemmen van sportverslaggevers als ir. Ad van Emmenes, Dick van Rijn, Wim Hoogendoorn, Leo Pagano en Dick van Bommel. Met hun boeiende verslagen gaven ze mij en mijn vrienden het idee dat we middenin een voetbalwedstrijd zaten. We voelden ons als het ware in een voetbalstadion. Dat, zo nam ik me voor, dat wilde ik ook.
Om te oefenen kocht ik een draagbare cassetterecorder en bezocht wedstrijden in binnen- en buitenland. Zo besloot ik de dubbel Ajax-Benfica voor de kwart -finale van de EC I in februari 1969 te bezoeken. Eerst thuis, maar nieuwsgierig als ik was, wilde ik ook eens wel eens een uitduel in een vreemd land meemaken. Via een reisbureau in mijn Drentse woonplaats boekte ik een eendaagse vliegreis naar Lissabon.

LEES MEER >>>>

 

December 1978 - 'Wie is die andere?' (door Marcelle van Hoof)

December 1978. Het zijn verwarrende tijden voor mij. Ik ben alweer ruim een jaar wees, en dat voelt erg eenzaam. Steun krijg ik van het lezen van boeken (Alan Silitoes The Loneliness Of The Long-Distance Runner) en vooral muziek. Het zijn gouden tijden voor avontuurlijke muziek. De punkgolf heeft een hele nieuwe generatie voortgebracht, die de de gruwel van de techniek (Dire Straits!), de bombast (Queen!), oppervlakkig gedreutel (Abba!) en symfonische rock (Genesis!) aan de kant heeft geschoven. The Fall, The Mekons, Gang Of Four, The Slits, de ene na de andere spannende plaat verschijnt. Vaak in eigen beheer en/of op kleine platenlabels. Starre regels bestaan niet meer. Alles lijkt mogelijk. Op de voetbalvelden echter is het afgelopen jaar heel wat avontuur verdwenen. Johan Cruijff onlangs, maar voor mij, als Maastrichtse, mis ik vooral Willy Brokamp heel erg. Omdat hij een voetballer was die er openlijk voor uitkwam dat hij maling aan nogal wat ongeschreven voetbalwetten had. En die mij leerde dat jezelf blijven, ook als dat moeilijk is, uiteindelijk veruit te prefereren valt.

LEES MEER >>>>

 

November 1978 - 'Nu ben je drie dagen in Lausanne en je gaat niet naar de wedstrijd?' (door Rimko Haanstra)

Na de benauwde 1-0 thuisoverwinning van Ajax op Lausanne Sports in de tweede ronde van het UEFA Cup-toernooi, besluiten we dat het dit seizoen dan maar Lausanne moet worden. Wij, mijn tribunematen vader en collega Bert Haanstra en vriend en collega Hans Melissen, hebben de afspraak om één keer per seizoen een buitenlandreisje met Ajax te maken. Dit kan nog wel eens lastig zijn omdat we zo ver mogelijk willen komen. Niet zozeer geografisch als wel in het toernooi. En dan moet je gokken of eieren voor je geld kiezen. (Een finale betekent een noodgedwongen tweede buitenlandtrip.)

Voordeel van zo'n driedaagse reis naar een weinig aansprekende tegenstander als Lausanne is dat er maar één vliegtuig gaat. Dat betekent heen en terug met de spelers, staf, enkele trainers- en spelersvrouwen (als steeds onder aanvoering van Tilly Haarms), wat pers en een handjevol supporters van de categorie die nooit een wedstrijd overslaat.

LEES MEER >>>>

 

Oktober 1978 - 'Ajax voor de elfde keer landskampioen' (door Dave Endt)

"Ajax voor de elfde keer landskampioen", riep de verslaggever op de radio. Ik maakte wilde sprongen door de kamer. Elf keer kampioen, een mooi getal voor een voetbalclub. Het was het allereerste Ajax- kampioenschap was dat ik meemaakte. In 1960 had ik het kunnen meemaken, als ik, zoals sommige vriendjes, een voetbalfanatieke vader had gehad. Een vader die je als ukkie van drie al had meegezeuld naar het stadion. Mijn vader was geen voetbalman. Toen Ajax in 1960 voor het laatste kampioen werd, was ik zes en liep ik op die zondagmiddag waarschijnlijk op de dijk boterbloemen te plukken voor mijn buurmeisje. Dat kampioenschap uit Twente in 1966 viel middenin de groeiende Ajax-liefde en was daarin een mijlpaal. Ik stond toen absoluut niet stil bij het gevolg van het kampioenschap: Europa Cupvoetbal.

LEES MEER >>>>

 

September 1978 - 'De goal die geen goal was' (door Bert Nederlof)

Tijdens mijn loopbaan als verslaggever moet ik tussen 1966 en 1978 zo'n 1000 profwedstrijden hebben bijgewoond. Uitgaand van een gemiddelde van een kleine drie doelpunten per duel, moet ik dus ruim drieduizend goals gezien hebben. Daarvan is me er één het meest bijgebleven, vooral omdat het eigenlijk geen doelpunt was.

Het is 13 september 1978, een mooie nazomeravond waarop Ajax in de Baskische havenstad Bilbao voor het UEFA Cup-toernooi uitkomt tegen Athletic. De ploeg van trainer Cor Brom is het seizoen voortvarend gestart en verwacht niet al te veel problemen tegen de Spaanse subtopper. Dat valt dus tegen. Het veel te slap spelende Ajax komt al na tien minuten met 1-0 achter, nota bene door een eigen goal van Pim van Dord. De centrale verdediger heeft last van een heupblessure en dat is goed te merken. Ajax is vooral kwetsbaar in het centrum, waar libero Rud Krol de zaken niet naar zijn hand kan zetten. Toch lijkt het matige duel in 1-0 te eindigen, tot dat curieuze moment in de 57ste minuut. De gevaarlijke invaller Vidal haalt uit, maar tot opluchting van Piet Schrijvers verdwijnt de bal in het zijnet en caramboleert via een betonnen rand in de armen van de doelman.

LEES MEER >>>>

<<<< Terug naar startpagina